Identificitatieplicht

Cliëntenonderzoek en meldingsplicht in de belastingadviespraktijk

Sinds 1 juni 2003 gelden de Wet identificatie bij dienstverlening (WID) en de Wet melding ongebruikelijke diensten (Wet MOT) voor de belastingadviseur en de andere onafhankelijke beroepsbeoefenaren. Deze wetten golden reeds voor financiële instellingen.

Met ingang van 1 augustus 2008 zijn de WID en de Wet MOT samengevoegd in de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT). Op grond van de WWFT is de belastingadviseur verplicht tot het verrichten van cliëntenonderzoek en het doen van een melding bij een vermoeden van witwassen of financieren van terrorisme.

Cliëntenonderzoek

Voor alle onder de WWFT vallende diensten (vrijwel het gehele werkterrein van de belastingadviseur) geldt een verplicht cliëntenonderzoek.

Alle cliënten die een dergelijke dienst door de belastingadviseur willen laten uitvoeren, moeten zich eerst een keer persoonlijk laten identificeren en hun identiteit met behulp van een geldig en origineel identiteitsbewijs laten verifiëren.

Afhankelijk van de mate van het risico dat een bepaalde cliënt of dienst meebrengt, is de belastingadviseur verplicht verder onderzoek te doen. Dit geldt bijvoorbeeld voor cliënten die een politiek prominente functie bekleden en in het buitenland wonen. Deze worden ook wel PEP's genoemd oftewel politically exposed persons.

De vaststelling van de identiteit kan in overleg met de belastingadviseur ook door een andere beroepsbeoefenaar worden gedaan.

Voor de toepassing van de WWFT kunnen onderdanen van EU/EER-landen of Zwitserland hun identiteit laten verifiëren aan de hand van een geldig nationaal paspoort, een diplomatiek paspoort of dienstpaspoort, een geldige identiteitskaart, mits voorzien van een pasfoto van de houder, of een geldig rijbewijs mits voorzien van een pasfoto van de houder en deze in Nederland woonachtig is.

Andere personen kunnen hun identiteit laten verifiëren aan de hand van een geldig reisdocument of een geldig vreemdelingendocument. Voor de toepassing van de WWFT worden ook nationale paspoorten, buitenlandse paspoorten, diplomatieke paspoorten en dienstpaspoorten als geldige identificatiedocumenten beschouwd.

De identiteit van een rechtspersoon kan worden geverifieerd aan de hand van een uittreksel uit het handelsregister. Dit kan zowel een uittreksel in fysieke vorm zijn als een uittreksel in elektronische vorm dat door de belastingadviseur zelf wordt aangevraagd.

Ook uiteindelijk belanghebbende personen met een belang van meer dan 25% in een rechtspersoon moeten worden geïdentificeerd door de belastingadviseur en zo nodig hun identiteit laten verifiëren. Deze personen worden ook wel UBO's genoemd oftewel ultimate beneficial owners. Afhankelijk van de mate van het risico kan de belastingadviseur verplicht zijn nader onderzoek te doen.

Meldingsplicht

De belastingadviseur is verplicht ongebruikelijke diensten die te maken kunnen hebben met witwaspraktijken of financieren van terrorisme te melden bij het meldpunt ongebruikelijke diensten, officieel FIU-Nederland genaamd. Ook wanneer het gaat om een voorgenomen dienst die (nog) niet wordt uitgevoerd.

De belastingadviseur mag volgens de wet zijn cliënt niet van een melding op de hoogte brengen.

Verder mogen belastingadviseurs op basis van eigen beroepsregels geen contante bedragen aannemen van meer dan 15.000 euro. Wanneer er toch meer dan 15.000 euro in contanten wordt betaald of een dergelijke betaling wordt overwogen, moet de belastingadviseur dit bij het FIU-Nederland melden.

Dit zal ook het geval zijn als de cliënt de contanten op een rekening van de belastingadviseur stort. De meldingsplicht geldt ook indien de belastingadviseur op verzoek van een cliënt meer dan 15.000 euro in contanten uitbetaalt of laat uitbetalen door de bank.

De meldingsplicht geldt niet voor het verzorgen van eenvoudige belastingaangiften voor de inkomstenbelasting en aangiften met betrekking tot successierechten.

De belastingadviseur heeft geen meldingsplicht indien eventuele (voorgenomen) ongebruikelijke diensten in een oriënterende bespreking ter sprake komen. Cliënten kunnen dan alles vrij met de belastingadviseur bespreken.

De wettelijke verplichtingen gelden vanaf het moment dat de belastingadviseur een zaak daadwerkelijk in behandeling neemt en het duidelijk is dat de gevraagde dienst onder de wettelijke regeling valt. In dat geval is de belastingadviseur verplicht eventuele ongebruikelijke diensten als in de wet bedoeld bij het FIU-Nederland te melden.